Alcohol. Gebruik het met verstand
|FR|EN|DE| |start|info|contact|
 


/nieuws
actueel
nieuw


/ Vraag & antwoord


/ wetenschappelijk onderzoek
alcohol en lichaam
alcohol en psyche
alcohol en samenleving


/ dossiers
Geschiedenis van het bier
Bier en geneeskunde: een lange geschiedenis
Brouwen van bier, samenstelling van bier
Bier en houdbaarheid
Matig bier drinken beschermt hart en bloedvaten
Alcohol en kanker
Alcohol, zwangerschap en borstvoeding
Bier en lichaamsgewicht
Het alcoholgehalte in het bloed
Bier en metabolisme
Hop in het brouwproces en als medicinale plant
Alcohol en medicijnen
Alcohol en Diabetes
Bierbrouwen naar een 18de eeuws recept
Katerremedies
Reinheidsgebod


/ Boeken


/ Interviews


/ Agenda


/Links



 

WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK
alcohol en psyche

25/09/2001
Wat betekent matig drinken?

In de afgelopen jaren nam de belangstelling van zowel onderzoekers als consumenten voor de gunstige effecten van matig alcoholgebruik op de gezondheid toe. Een matige consumptie van alcohol leidt tot een verminderd risico op hart- en vaatziekten (hartinfarct, atherosclerose, bepaalde vormen van beroerte) en op botfracturen (o.a. tengevolge van osteoporose) bij postmenopauzale vrouwen. Maar wat bedoelt men precies met "matig drinken"?

Onderzoekers drukken matig drinken vaak uit als het drinken van een zeker aantal alcoholconsumpties over een bepaalde tijdsspanne. Volgens een veelgehoorde definitie betekent matig drinken twee alcoholconsumpties per dag voor mannen en één voor vrouwen. Wat verstaat men onder één alcoholconsumptie? Voor bier of wijn kunnen we ons nog min of meer voorstellen wat één consumptie inhoudt, maar voor sterke dranken ligt dat heel wat moeilijker. Veel hangt af van de hoeveelheid die de schenker in het glas giet. Zeker thuis kan één drink sterk variëren.

Wat is één alcoholconsumptie?

Bij wetenschappelijk alcoholonderzoek wordt één consumptie doorgaans gedefinieerd op basis van de hoeveelheid alcohol per consumptie, zodanig dat één glas bier overeenkomt met één glas wijn en één glas sterke drank. Het lijkt eenvoudig in theorie, maar in de praktijk ligt dat helemaal anders. Immers niet alle bieren bevatten evenveel alcohol, de hoeveelheid kan sterk variëren van bier tot bier. Hetzelfde geldt voor wijnen en sterke drank. Bier bevat gemiddeld 4,5 volumeprocent alcohol, maar het alcohol-gehalte van lightbieren bedraagt minder dan 3 procent, terwijl sommige sterke bieren tot 9 procent alcohol of zelfs meer bevatten. In de categorieën wijn en sterke drank vindt men gelijkaardige variaties. Om dan nog maar te zwijgen over de hoeveelheid. Wanneer je er als consument van uit gaat dat één bierconsumptie overeenkomt met één flesje bier of één klassieke pint, wat doe je dan met 'kingsize'-flesjes die soms drie keer zoveel bier bevatten dan gewone flesjes? Dat het moeilijk spreken is van een standaard alcohol consumptie, blijkt ook uit de verschillen van land tot land. In Groot-Brittannië bevat één standaard consumptie bijvoorbeeld 8 gram alcohol, terwijl een standaard consumptie in Japan 19,75 gram alcohol bevat. De Verenigde Staten hebben dan weer hun eigen standaard, met 12 gram alcohol.
Uit een analyse van 125 internationale epidemiologische onderzoeken (Turner, 1990) waarbij het verband tussen het aantal alcoholconsumpties per dag en de effecten op de gezondheid onderzocht werden, blijkt dat drie alcoholconsumpties per dag van de ene studie tot de andere varieerde van 24 tot 48 gram alcohol per dag! Wie dergelijke studies leest, moet dan ook in de gaten houden hoe een alcoholconsumptie gedefinieerd wordt. Onderzoekers hanteren hier immers verschillende definities.

Hoe wordt het drinkgedrag in kaart gebracht?

Er bestaan verschillende onderzoeksmethoden om de hoeveelheid alcohol die iemand drinkt te kwantificeren. Je kan naar de doelgroep toestappen en via diepte-interviews het drinkgedrag in kaart brengen. Of je kan mensen opbellen en hen vragen stellen over hun drinkgewoonten. De laatste methode is sneller en goedkoper, en lijkt niet minder efficiënt dan de eerste, indien de vragen goed geformuleerd worden. Het aantal vragen speelt wel een rol. Op vragen als 'hoeveel alcoholconsumpties hebt u in het afgelopen jaar gemiddeld gedronken per dag?' kan je uiteraard geen precies antwoord verwachten. De beste vragenlijsten zijn uitgebreider en beginnen bijvoorbeeld met 'hoeveel glazen hebt de afgelopen week gedronken?', 'drinkt u soms meer dan vijf glazen op één gelegenheid?' enzovoort. Hoe uitgebreider de vragenlijst, hoe nauwkeuriger het beeld over het drinkgedrag.
Wel houdt men er rekening mee dat mensen die afhankelijk zijn van alcohol de waarheid over hun problematisch drinkgedrag verzwijgen en onderrapporteren. Om het effect van alcohol op de gezondheid te meten, moeten onderzoekers kunnen beschikken over methoden om het drinkgedrag te kwantificeren. Noodgedwongen worden mensen dan ondergebracht in verschillende categorieën: geheelonthouders, mensen die weinig drinken, matig drinken en zwaar drinken. Omdat er geen internationale standaard bestaat die deze categorieën aflijnd, hanteren verschillende onderzoekers soms verschillende definities en is vergelijken moeilijk.

Voorbeeld van een drink-definitie (Dawson, 1995)
Categorie drinkgedrag Aantal alcoholconsumpties*
Geheelonthouder Minder dan 12 in het voorbije jaar
Weinig drinken 1 tot 13 per maand
Matig drinken 4 tot 14 per week
Zwaar drinken Meer dan 2 per dag
*één consumptie bevat ongeveer 12 gram alcohol

Waarschijnlijk speelt niet alleen kwantiteit, maar ook kwaliteit een rol. Het effect op de gezondheid is anders wanneer een matig drinker twee glazen per dag drinkt dan een matig drinker die alle 14 glazen op zaterdagavond consumeert en niet drinkt op andere dagen. Bovendien kan matig drinken een verschillende uitwerking hebben in verschillende omstandigheden. Vier glazen op een feestje consumeren is niet veel, maar wie daarna nog met de wagen rijdt heeft wel te veel op. Tenslotte speelt ook de constitutie van de drinker zelf een rol. Vrouwen hebben proportioneel meer lichaamsvet en minder lichaamswater dan mannen. Omdat alcohol een wateroplosbare molecule is die in het lichaamsvocht wordt opgelost, stijgt de alcoholconcentratie in het bloed sneller bij een vrouw dan bij een man, zelfs indien beiden evenveel wegen en evenveel alcohol gedronken hebben.
Met het ouder worden verandert de verhouding lichaamsvet / lichaamswater, omdat de vetmassa met de jaren toeneemt. Bij eenzelfde hoeveelheid alcohol en eenzelfde lichaamsgewicht, zal een man van 60 jaar toch meer alcohol in het bloed hebben dan een man van 20, na het drinken van dezelfde hoeveelheid alcoholconsumpties.

Besluit

Het is bijzonder moeilijk om een duidelijke grens te trekken tussen veilig drinken met een nog gunstig effect op de gezondheid enerzijds, en te veel drinken waarbij de positieve invloed omslaat in een negatief effect anderzijds. Bovendien is de grens afhankelijk van de omstandigheden en van de drinker in kwestie.


Bron: What is moderate drinking? Defining 'drinks' and 'drinking levels'. Mary C.Dufour, M.D.,M.P.H.; Alcohol Research and Health, 1999; vol.23,n°1

  |terug|mail|print|top|


|HET ZOEKEN|


|BANNERS|
 
     klik hier indien u deze site wil promoten

|DE NIEUWSBRIEF|
uw@adres.?
 inschrijven
 uitschrijven

bezoek de 'bob' site

    bezoek de site van de'Vereniging voor Alcohol en andere Drugproblemen'

  bezoek de site 'www.medischestart.nl'

 

©2001 - bg | Webmaster| web-badges |